Menu


Zoektocht naar een dirigent

De zoektocht naar een nieuwe dirigent

Hoe zoek je een dirigent die bij je orkest past? Geen gemakkelijke vraag voor een vereniging die al dertig jaar lang door dezelfde muziekmeester wordt gedirigeerd. Voor hopeloze gevallen zoals Pieter Loridon, Phaedra Hoste en Wendy Van Wanten, staat er altijd wel een televisiestation te trappelen om ze aan een vrouw, respectievelijk vent te helpen. Zoek je een dirigent daarentegen dan geven diezelfde stations niet thuis.

Het moet zo’n anderhalf jaar geleden zijn dat Willem Van Hout aangaf dat de terminus van zijn carrière in het verschiet kwam te liggen. Einde 2011 zou het definitief over zijn. Vanaf dat moment keken wij daar naar uit zoals de doorsnee kalkoen naar kerstmis.
Tegelijk met die kennisgeving gaf hij meteen de raad een lijst aan te leggen van dirigenten die met een ander orkest resultaten hadden behaald. Voortreffelijk idee, dachten wij en in januari vorig jaar hadden we een verlanglijstje met zo’n vierentwintig klinkende namen. Een werkgroep werd geformeerd met enkele bestuursleden, gecompleteerd met een handvol bevlogen muzikanten en zo bogen vele werkkevers zich over het probleem.
We hadden alvast de pretentie een profiel op te stellen waar onze kandidaten aan dienden te voldoen. Onze ideale dirigent zou rond de veertig lentes tellen en had ervaring met verenigingen uit eerste afdeling, liever nog uit uitmuntendheid. Frappante vaststelling : in de dirigentenvijver zwemmen vrijwel uitsluitend mannelijke vissen. In ieder hedendaags orkest krijgen dames aan de pupiters de overhand, maar in ons lijstje muziekmeesters schitterden ze in afwezigheid.
Vol goede moed werd de rol alfabetisch en naam per naam afgepunt en benaderd. Als je tien maanden op voorhand begint te zoeken dan is dat met het achterliggende idee dat het niet meteen raak zal zijn. Het verbaasde noch ontmoedigde ons dus dat de eerste reacties niets opleverden, maar langzaamaan sijpelde toch vertwijfeling binnen. “Sorry, maar ik heb al drie verenigingen, misschien later, nog veel succes verder”. “Spijtig, zondagmorgen ben ik bezet, maar nog veel succes bij uw zoektocht.” “En van wààr zijn jullie? Kalmthout? Oei, ik woon tegen de Franse grens, jammer. Maar nog veel geluk”. “Jullie hebben geen echte fanfarebezetting? Nee, bedankt, daar steek ik mijn tijd niet in.” Jawel, we zijn na een aftastend gesprek ook wel eens blij monkelend terug naar huis gereden omdat we dachten de vogel van de wip te hebben geschoten. Die wipvogel bleek achteraf helaas wispelturig als de beurs in crisistijd. Nauwelijks weg van onze onderhandelingstafel ging hij in zee met een andere vereniging en had het niet nodig gevonden ons daarvan op de hoogte te brengen. Andere keren voerden we dagenlang gesprekken die steeds hoopgevender werden om op het einde alsnog op niets uit te draaien. Reken daarbij dat niet iedere potentiële kandidaat evenveel respect betoonde als er contact werd gezocht en u begrijpt dat “Het Liep Niet Van Een Leien Dakje” het understatement van het jaar werd.
Desalniettemin, ze waren schaars, maar naast de ontnuchterende reacties waren er ook lichtpuntjes. Enkelen hadden immers te verstaan gegeven in uiterste nood eventueel bereid te zijn om voor een overgangsperiode onze vereniging uit de penarie te willen helpen. Al ging het dan telkens slechts om een half jaar.
Vooraf waren wij er gemakshalve van uit gegaan dat onze uitzonderlijke instrumentale bezetting een uitdaging zou zijn voor een groot aantal dirigenten. Eigengereid, geen fanfare, geen harmonie, zelfs niets daar tussenin. Een afwijkende orkestsamenstelling die zich recent nog in de afdeling “uitmuntendheid” had gewurmd. Als daar geen uitdaging in zat voor een zichzelf respecterend musicus?! Niet dus.
Dat enkelen er openlijk voor uit kwamen dat het zweet ze uitbrak alleen al bij het idèè om na dertig jaar Willem Van Hout, De Heidebloem over te nemen, wil ik best begrijpen. Dat anderen ervoor terugdeinsden om buiten de repetities heel veel tijd te spenderen in het herschrijven van partituren kan ik ook nog bevatten.
Maar ik frons het voorhoofd als iemand zonder blozen bekent bang te zijn om een vereniging uit “uitmuntendheid” te dirigeren omdat het niet fraai staat op zijn “cv” indien het spaak zou lopen. Een schrikschijtertje met beperkte ambities of een vreemde manier van carrièreplanning. Alsof een aspirant chef-kok geen stage loopt in een restaurant maar eerst wat vingeroefeningen doet als bitterballenbakker bij frituur Den Vettige Cervela. Klinkt dit als het kraaien van een gefrustreerd haantje? Wellicht, maar ik kreeg soms genoeg van het gekakel, terwijl er toch geen eieren werden gelegd.
Na een aantal maanden begon het te dagen dat onze aanpak geen zoden aan de dijk bracht. Het “ideale profiel” verdween welgemikt in de papiermand. Voortaan zouden we focussen op jeugdiger kandidaten. Maar in die jonge gelederen stonden ze ook niet te dringen.
Het jaar schoot al aardig op, het was ondertussen einde juni geworden en ondanks intensief speurwerk stonden we even ver als bij aanvang : nergens. Tijd om alle registers open te trekken. Netwerken werden aangesproken, leraars aan de conservatoria aangesproken, het internet doorploegd op zoek naar namen die we mogelijk over het hoofd hadden gezien. Wie gecontacteerd werd en kwam aanzetten met een negatief antwoord werd meteen gepolst of er mogelijk in diens omgeving interesse zou bestaan voor een uitstekende vereniging met groeimarge. Vreemd genoeg maakten we nu pas gebruik van het meest gangbare medium : een advertentie via de gespecialiseerde pers. Een ordinair zoekertje, Vereniging Zoekt Dirigent.

Uiteindelijk zouden we, ruw geschat, zo’n dertig kandidaten benaderen, waarvan er finaal drie overbleven. Eén van tweeëntwintig jaar jong, één van achtentwintig en één van achtendertig.
Na het gebruikelijke verkennend gesprek met de werkgroep kregen die ieder een uur de tijd om zichzelf met een vooraf ingestudeerd muziekwerk te bewijzen. Een repetitie-uurtje dat door Willem Van Hout kritisch werd bijgewoond en dat hij vervolgens samen met de kandidaten zou evalueren. Eens deze drie proefrepetities voorbij, kwam Willem Van Hout eerst het bestuur zijn visie geven, waarna een briefing aan de muzikanten volgde, welke aansluitend de mogelijkheid kregen om, desgewenst anoniem, hun voorkeur uit te spreken.
Werkgroep, bestuur én muzikanten kozen zo goed als unaniem voor dezelfde persoon. Bernd Van Echelpoel heeft de eer gekregen de erfenis van Willem Van Hout te mogen dirigeren. Opmerkelijk daarbij is dat de naam van Bernd Van Echelpoel reeds viel tijdens het allereerste overleg van de werkgroep. Gezien zijn leeftijd paste hij toen niet in het plaatje en werd hij alsnog in de wacht gezet. Pas nadat we later de leeftijdsgrens lieten vallen, kwam hij opnieuw in beeld, met het gekende resultaat.

 

Archief > Zoektocht naar een dirigent


Muziekvereniging De Heidebloem

Secretariaat:
Steenovenstraat 59
2910 ESSEN-WILDERT
Tel: 03/667 49 96

Zoeken

U kan ook rechtstreeks zoeken naar een bepaald onderwerp. Vul hieronder uw zoekopdracht in: