Menu


Holzgau 2001

Alle wegen leiden naar Ausfart
In de winter van 1999/2000, nu twee jaar geleden, komt voor het eerst het onderwerp “reis naar Oostenrijk” ter sprake. Er ligt op dat ogenblik ook nog een ander aanbod op tafel : een concertweekend naar Duitsland. Dit voorstel wordt evenwel vrij snel van tafel geveegd, omdat het plaatsvindt op een voor ons onmogelijk tijdstip in het jaar. Vanaf dat moment wordt voor de derde keer resoluut de kaart Holzgau-Tirol getrokken .
Vanuit de St.Jorisgilde is eerder al het gerucht tot ons gekomen dat de dansvereniging eveneens belangstelling toont voor een dergelijke verenigingsreis. Vandaar dat vrij snel ruggespraak volgt met de verantwoordelijken van de gildebroeders en -zusters en jawel : het zal een gezamenlijke tocht worden voor onze beide verenigingen.

De voorbereiding

In de daaropvolgende zomer van 2000 worden de eerste contacten gelegd met Gasthof Neue Post en vertrekt van op het secretariaat de vraag voor diverse prijsoffertes, o.a. voor de autobussen. Er wordt niets aan het toeval overgelaten. Bijvoorbeeld : om onze mede-reizigers een volmaakte trip te kunnen aanbieden, gaan drie bestuursleden ter plekke de autocars inspecteren. Ze geven volmondig hun fiat, het ziet er excellent vervoer uit.
Nadat ook uit Oostenrijk en Duitsland de nodige documenten toekomen kan het echte werk beginnen : de informatie naar de mogelijke deelnemers. Wààr gaan we naar toe om wàt te doen en, minstens zo belangrijk : wat is het kostenplaatje dat daaraan kleeft.
Als de actieve leden van de Heidebloem hun uitnodiging ontvangen, krijgen ze een drietal weken de tijd om te wikken en wegen. Vòòr één april 2001 moet ieder voor zich de knoop doorhakken en wat blijkt : als de afgesproken datum op de kalender verschijnt blijkt dat de beide autobussen al meteen zijn volgeboekt.
Voor het secretariaat en de penningmeester breken nu drukke tijden aan van overleg.
In juli worden alle plannen geconcretiseerd nadat Willem Van Hout, Jef Marijnissen en Lorenz Peeters ter plekke zijn gegaan en in Holzgau samen met Herr Toni Hammerle rond de tafel zijn gaan zitten. Naar de foto’s te oordelen die we van deze ontmoeting onder ogen krijgen, zitten ze zelfs héél lang rond de tafel.
De programma-brochure kan nu worden samengesteld en het aftellen naar het vertrek kan voor iedereen beginnen.

Zondag 21 oktober
Nog slechts twee weken voor het vertrek. De sfeer komt er al merkbaar in. Ieder gespreksonderwerp dwaalt af naar Holzgau. De verwachtingen zijn hoog gespannen. Het bestuur vindt dat alvast een prettige vaststelling, al zet het natuurlijk wel wat extra druk op de ketel. Die verwachtingen moeten immers nog wel worden waargemaakt.

Woensdagmorgen 31 oktober, 3u55.

Ik spoed mij met mijn gezin naar Nieuwmoer, want men verwacht ons aan het fanfarelokaal omstreeks 4u15. Myriam wil als secretaris als eerste aanwezig zijn, maar als we omstreeks 4u de bocht nemen aan de kerk van Nieuwmoer, staren we reeds in de koplampen van twee wachtende autobussen. Diè zijn aardig op tijd. Als we de speelplaats van de school oprijden blijkt daar, in het licht van één schamele straatlantaarn, al flink wat bedrijvigheid. Koffers worden aangesleept en netjes in de laadbak geschikt, kindjes worden alvast in de bus gedropt, goeiemorgens klinken langs alle kanten, wagens rijden af en aan. Ik verdwijn even in het donker, in een gezellige drukte en spoed me naar binnen om wat extra schijnwerpers te ontsteken.
Volgens het programmablad vertrekt de bus stipt om 4u45. Dat wordt zelfs 10 minuten vroeger. Ik ben niet de enige geweest die heeft zitten popelen om te vertrekken. Sommigen zijn niet eens naar bed geweest, verneem ik links en rechts.

12 uur bussen
De heenreis verloopt beregoed. Bij de ontbijtstop tellen we reeds 30 minuten voorsprong op het vooropgestelde schema. We
geeuwen ons wakker boven een dampend kopje koffie, terwijl de kinderen uitgelaten de spieren losgooien. Als de secretaris de speelhoek passeert plukt ze fluks een kind bij de lurven dat achterover de trap afbuitelt. Oef, niks aan de hand.
‘s Middags liggen we al meer dan zestig minuten voor op het uurschema ! We worden al een beetje reismoe en de flauwe grapjes over het stadje Ausfart krijgen inmiddels al een meterslange baard, maar we weten uit ervaring dat, als de eerste besneeuwde sneeuwtoppen in zicht komen, iedereen zijn tweede adem zal vinden. Foutje ! De bergtoppen liggen te stralen in de zon, geen greintje sneeuw te bespeuren. De temperatuur, zo weten internetsurfers in onze bus, heeft in Oostenrijk in deze periode nooit hoger gelegen. We geloven ze op hun woord.
Als we uiteindelijk Holzgau binnenrijden, en stijf, moe maar tevreden de autobus verlaten, bekruipt je inderdaad de zin om nog snel een terrasje te doen. Het personeel van Gasthof Neue Post staat ons vriendelijk met een welkomstschnapps op te wachten. Maar schnapps en deze temperatuur : dat wordt nooit wat.

Nadat iedereen zijn toegewezen kamer heeft opgezocht en het zich naar de zin heeft gemaakt, worden we voor het avondeten verwacht in het hotel (een aantal van ons slaapt honderd meter verderop in Villa Rosa, anderen zijn op gastenkamers ondergebracht). Mogelijk zit de vermoeidheid diep, ofwel spaart iedereen zich voor wat komen zal, in ieder geval verdwijnen de laatste medereizigers omstreeks tien uur naar hun slaapgelegenheid.

Donderdag 1 november
Als ik ‘s morgens wakker wordt zit mijn dochtertje zich te vergapen aan de wolken die aan het vensterraam voorbijschuiven. Het heeft lichtjes geregend in het dal en vannacht hebben de bergen sneeuwmutsen gekregen. Ik kan mijn dochtertje geen ongelijk geven : door de laaghangende wolkenslierten wordt het adembenemend mooie uitzicht gewoon feeëriek.
Ontbijt tot 9 uur, vermeld de brochure. Kwart na negen poetsen de mensen van de St.-Jorisgilde de plaat in de richting van de Gemeintezaal. Zij gaan alvast oefenen voor het optreden van zaterdagavond. Om tien uur is het de beurt aan de muziekvereniging om een laatste generale repetitie aan te vatten. Onderwijl gaat de rest van het gezelschap, onder leiding van gids Lorenz Peeters, het dorp verkennen. De temperatuur heeft vannacht een spectaculaire duik genomen. Min zes graden Celsius vertelt de thermometer. Dat is even wennen.

‘s Namiddags verzamelen we op het dorpsplein voor onze eerste gezamenlijke wandeling. Per autocar gaat het via Stanzach naar Fallerschein. Het laatste stuk, een nijdig klimmetje naar 1302 meter, doen we te voet. De taxibus volgt als bezemwagen, maar noch onze grijze eminenties, noch onze allerkleinsten laten zich kennen. Iedereen haalt de finish.
Boven staat de “Lechbar” ons op te wachten. Door onze gastheer Toni Hammerle worden we getrakteerd op schnapps und gesang. De natuurliefhebbers onder ons kunnen hun geluk niet op : genietend van de zon klauteren een zevental gemzen de berghelling op. Zich geen moment bewust van de spiedende verrekijkers laten ze zich uitgebreid bewonderen. Lady’s and gentlemen : National Geographic Live.

Na het avondmaal wacht de kinderen een verrassing. Liefst vier onder hen zijn jarig in die korte periode dat wij in Holzgau verblijven. Dat verdient een feestje. Terwijl voor de feestvarkentjes het dessert in het schemerduister, mèt knetterend vuurwerk, wordt opgediend, brengt Toni met zijn gitaar bij iedere jarige apart een verjaardagsserenade. Of dat niet genoeg is zijn er ook nog cadeautjes. Natuurlijk voor de jarigen, maar ook voor alle andere bengels die zijn meegereisd.
Als toemaatje is er het bezoek van “Vader Leo en de Smurfen”, maar klap op de vuurpijl zijn de clonen van Plop, Lui, Kwebbel en Klus. Die trekken samen met de kinderen in polonaise door het hotel. De snoeten van de kleintjes glìmmen. Willem Van Hout laat zijn grootvaderhart spreken en laat zich niet pramen als hij door de kabouters wordt uitgenodigd om mee in de polonaise te stappen. Twee glunderende jarigen komen het bestuur bedanken, een ander verkondigt stralend dat hij nooit een mooiere verjaardag heeft gehad. Wij smèlten gewoon.

Vrijdag 2 november
In de voormiddag staat een rustige, vlakke maar lange wandeling op het programma. In een stralende zon trekken we naar het dorpje Steeg. Zowel links als rechts worden we geflankeerd door imposante bergen die, vrijwel ontdaan van sneeuw en ijs, zo mogelijk nog machtiger, impressionanter ogen. In het klaterhelder water van de Lech zien we de forellen zwemmen, terwijl enkele duikende waterspreeuwen voor een bijkomende attractie zorgen. Hoog in de lucht cirkelen de roofvogels. In het betoverend mooie landschap wordt het bekoorlijkste decor uitgekozen voor een groepsfoto.
Iets voorbij halfweg wordt ik bijgebeend door een volwassene die duidelijk wat op de adem heeft getrapt. Ik wordt er attent op gemaakt dat we het tempo niet te hoog mogen leggen. Er zijn immers kinderen bij. Ik wijs naar wat zich vooraan afspeelt : een zestal kapoenen huppelt twintig meter voor de groep uit. Vrolijk kwebbelend leggen ze òns acht kilometer lang het tempo op.
Het idyllisch plaatje rondom ons wekt romantiek op. Zelfs bij de kleintjes. Mijn jongste krijgt een boeketje vers geplukte bloemen van haar aanbidder, maar helaas kent ze nog niet de betekenis van het woordje “tact”. Dat heeft ze van papa. Zegt mama.

‘s Namiddags gaat het per autobus naar Bach. Vanuit dit dorpje stappen we door de bossen naar Jausenstation “Wase”, op 1.350 meter hoogte. De helling die we daarvoor op moeten is een volbloed kuitenbijter. De bezemwagen raapt met regelmaat klimmers op die het voor bekeken houden. Maar eveneens verrassen een aantal kinderen èn ouderen die op karakter doorzetten. Toegegeven, ik ben ook opgelucht als plots onverwacht, achter een haarspeldbocht, het ontvangstcomité ons

staat op te wachten. Dit ontvangstcomité bestaat voor de gelegenheid uit een ezel, enkele geiten en een vlucht waterwild. De eenden maken zich uit de voeten, de geiten komen brutaal een stapje dichter en de ezel trekt alvast onze jas uit.
Terwijl het jonge grut buiten speelt (het is wel koud maar verder formidabel weer), worden ons in het Jausenstation buitenmatige porties Apfelstrüdel mit Zahne voorgeschoteld.
De volledig in hout opgetrokken gebruikerszaal lijkt zó weggerukt uit een westernfilm, en het past volledig in dit plaatje dat plots de deur wordt opengesmeten en een bengel, in tegenlicht, in het deurgat schreeuwt : “Ze zijn aan ‘t vechten !!”. Wat volgt wijst op weinig vertrouwen in onze nakomelingen. De moeders en grootmoeders springen in twee stappen buiten, maar wat blijkt ? Het zijn de geiten die elkaar met hun horens te lijf gaan. Tss, tss, mama’s toch.
De afdaling verloopt aanzienlijk vlotter. Nu, nog beter dan bij het klimmen, merken we hoe we in feite doorheen een magistrale ansichtkaart heenstappen.

‘s Avonds, na een heerlijk koud- en warm buffet, wordt het een gezellig onderonsje met het orkest “Neue Post”. Zij vergasten ons op tiroler en jodelmuziek. Het wordt wat men noemt : aangenaam verpozen onder vrienden.
Als ik ‘s nachts, onder een fonkelende sterrenhemel, samen met de ondervoorzitter naar Villa Rosa kuier, blikken we vervuld van contentement terug op de voorbije dagen. Het weekend verloopt volmaakt. Wel zijn we het erover eens dat er nog een zware dag volgt. Na vier (vermoeiende) dagen leven als God in Frankrijk, bijna paradijselijk, tussen schnapps en bier, warme choco met rum en ander lekkers, wordt morgen op de slotavond van iedereen verwacht om voldoende discipline op te brengen, zodat men scherp staat voor het muzikaal- en dansgedeelte van de reis. Want dat hoort de kers op de Zachertort te worden.


Zaterdag 3 november
‘s Morgens, na het ontbijt, is iedereen vrij. De mogelijkheid wordt geboden om cadeautjes te kopen, of een vrij wandelingetje te maken. De Simms-watervallen, klaterend in het zonlicht, worden de grote trekpleister.

In de namiddag staat de laatste gezamenlijke uitstap op het programma. We laten ons naar het dorpje Häselgehr voeren, vanwaar we een vlakke wandeling maken naar Elmen. Het weer blijft verbazen en we komen ogen te kort om het sprookjesachtige landschap dat ons omringt in ons op te nemen. A-dem-be-ne-mend mooi. Maar ook imponerend, ontzagwekkend, als je de littekens op de bergflanken in de gaten krijgt, aangebracht door vernietigende, alles op hun weg verwoestende lawines.
Als we in groep het dorpje Elmen binnenwandelen, strijken we neer op het terras van een café-taverne. November, op meer dan duizend meter hoogte in Oostenrijk, en wij genieten van de zon op een terras. Niet te geloven.

Na het avondeten is het voortmaken om tijdig in de Gemeintezaal aanwezig te zijn. Vanaf zeven uur luisteren we hier naar de uitvoering van de Muzik Kapelle van Holzgau-Hägerau, die een typische Bayerische uitvoering brengt. Na de laatste mars, “Spielmannsgruss”, die gezamenlijk met onze vereniging wordt uitgevoerd, is het de beurt aan De Heidebloem. Ons programma wijkt flink af van dat wat men hier gewend is te brengen. “Les Trois Cloches”, “In the Navy”, “Exodus”, “Volare”,... het is niet de gebruikelijke concertmuziek in dit gastland.
Na onze uitvoering komen de gilde-verenigingen aan de beurt. De St.-Jorisgilde zal verbroederen met Trachtenverein Holzgau. Het contrast tussen beide volksdansgroepen is groot. Terwijl onze St.-Jorisgilde enkele serene en stijlvol uitgevoerde dansen brengt, met naar mijn mening de “Holleblokken”-dans als uitschieter, zien we Trachtenverein in enkele typische Oostenrijkse billenkletsers. Wij zijn het zeker niet gewend om dansen te zien waarin men gebruik maakt van licht en donker. In de “Mijnwerkersdans” komt er zelfs een portie vuurwerk aan te pas.
Onze kinderen blijken voer voor psychologen. Nadat ze eerst een treffende imitatie hebben gebracht van onze St.-Jorisgilde, krijgen

ze plots de smaak te pakken van de Oostenrijkse dijenkletsers. Na afloop van de “Schoonmoeders-dans” beginnen ze elkaar spontaan met groot jolijt te meppen, schoppen en tegen de grond te keilen. Begin er maar aan als ouder om uit te leggen dat dit niet mag, als ze zonet pa en ma enthousiast hebben zien applaudisseren toen op het podium hetzelfde gebeurde.

De avond wordt afgesloten in Gasthof Neue Post met het optreden van de Heathflower Bigband. Even voor het einde van dit optreden is het de hoogste tijd voor de officiële plichtplegingen. Na een emotioneel openingswoord van voorzitter Alida Arnouts, bedankt Jef Marijnissen als mede-organisator, in naam van De Heidebloem, Toni Hammerle en Lorenz Peeters (die toevallig net met pensioen gaat) voor de prettige samenwerking. Waarna op zijn beurt Jef Marijnissen lof wordt toegezwaaid. Ook Willem Van Hout, niet alleen belangrijk in de organisatie van het geheel, maar ook twintig jaar dirigent van het fanfare-orkest en tien jaar dirigent van de Heathflower Bigband, wordt in de hulde niet vergeten. Tussendoor zijn we getuige van de viering van Toni’s rechterhand in de zaak : Jürgen, de superober die in stijl het midden houdt tussen een Engelse butler met gevoel voor humor en de (mièp-mièp) Roadrunner, blijkt net twintig jaar in dienst te zijn. Tot slot bedankt Toni Hammerle op zijn beurt ook onze vereniging. Hij voegt er aan toe dat Jürgen het dit jaar opmerkelijk rustiger heeft gehad dan tien jaar geleden. “De jongeren die destijds ‘s morgens de gelagkamer verlieten terwijl de eerste vroege vogels al terug aan het ontbijt verschenen, zijn uitgegroeid tot verantwoordelijke papa’s en mama’s”, zo stelt hij, “en het verheugt me deze evolutie te mogen meemaken”. “Ik kijk er naar uit hun kinderen te zien opgroeien tot de volgende generatie muzikanten”. Een zakenman onder alle omstandigheden, die Toni.

Half twaalf speelt de bigband het afsluitend nummer. Voor enkele liefhebbers onder ons wordt het wellicht nog een lange nacht. Ik verkies mijn bed. Het zal snel zes uur in de morgen zijn.

Zondag 4 november
De terugreis verloopt voortreffelijk. Een onverwacht oponthoud bij het middagmaal niet te na gesproken. Wij zijn misschien amateurs op het vlak van catering, maar ze mogen altijd eens komen kijken op hoeveel tijd onze dames op de maatjesfeesten een maaltijd (à la carte !) klaarstomen voor honderd personen.
Als ik mijn programma raadpleeg vermeldt dat : “Thuiskomst 21u30”. En ja hoor, klokslag halftien houden de autobussen halt aan ons verenigingslokaal. Het is tekenend voor het verloop van de reis. Iedereen heeft zich het weekend lang geschikt naar de afspraken, nooit hebben we onnodig op iemand moeten wachten. Pet af hoor !
Terwijl ik met koffers loop te zeulen wordt ik plots vastgegrepen, gezoend en enthousiast bedankt voor de trip. Ik weet niet veel meer te stamelen dan “Dit was iets van ons allemaal”, maar het doet me echt wel iets. Als iedereen, na niet eens een kwartiertje, met pak en zak verdwenen blijkt in het avonddonker, laat ik me in onze repetitieruimte languit neervallen op de eerste de beste stoel. Ik kijk om me heen en zie dat nog een aantal andere bestuursleden rondhangen in het lokaal. Niemand zegt iets, geen gebaar verraad hun gevoelens. Maar de oogjes blinken. Het leven kan mooi zijn.

Dit mag ook wel eens gezegd
Wat hebben onze leden voorbeeldige kinderen, potverdorie nog aan toe ! Twaalf uur busrijden is lang voor een volwassene, voor een kind moet dit èindeloos lijken. En toch hielden ze het rustig. Chique hoor !
Van de volwassenen verwachten we niet anders dan dat ze hun verantwoordelijkheid opnemen, maar toch mag één bepaalde groep een open doekje, namelijk, dié rokers die hun zin in een sigaret hebben verbeten en geholpen hebben om de bus rookvrij te houden. Proficiat en bedankt !

 

Archief > Holzgau 2001


Muziekvereniging De Heidebloem

Secretariaat:
Steenovenstraat 59
2910 ESSEN-WILDERT
Tel: 03/667 49 96

Zoeken

U kan ook rechtstreeks zoeken naar een bepaald onderwerp. Vul hieronder uw zoekopdracht in: