Menu


Holzgau 1996

De Heidebloem op muzikaal weekend naar

Holzgau in Tirol, Oostenrijk

Woensdagmorgen was het voor vier uur in de morgen al een helse drukte aan het fanfarelokaal op de Wuustwezelsteenweg. Het was een af en aan lopen met loodzware koffers, muziekinstrumenten, kinderbuggy’s, autostoelen,... . Er was afgesproken dat kwart na vier de bussen zich in beweging zouden zetten om de urenlange reis naar het Lechtal aan te vangen. En inderdaad : wat om vier uur nog paniekerige termieten leken, zette zich netjes geordend, gepakt en gezakt in beweging op het afgesproken uur. Het minutieus uitgetekende uurschema zou de volgende dagen verbijsterend accuraat worden aangehouden, wat op zeker moment iemand in de bus achter mijn rug de opmerking zou ontlokken :’Maak een willekeurige afspraak met om het even welke groep van meer dan acht personen en je vertrekt gegarandeerd een uur te laat. Met deze bende zijn we iedere keer twee minuten te vroeg’.

Ondanks dat de eindbestemming hetzelfde dorpje Holzgau was dat ook al vijf jaar geleden door De Heidebloem werd bezocht, stond het vooraf vast dat het een totaal andere reis zou worden. In tegenstelling tot vorige keer waren er dit keer ook kinderen van de partij. Liefst 18 waren er jonger dan twaalf jaar, 7 ervan telden niet eens zes lentes. En : het laatste weerbericht dat we meepikten in België sprak van sneeuw in de Alpen vanaf 1.000 meter. Holzgau ligt op 1.100 meter.

Er was geboekt voor 105 personen maar niet iedereen was ‘s morgens opgestapt op een van de twee autobussen. Een auto met Luc, Benny, Jacques en Liliane Van den Eynden was ons ‘s morgens vroeg al vooraf gereden en trompetter Koen Smets vertoefde met zijn gezin reeds de hele week in Tirol.

Na de stops voor ontbijt en middagmaal werd het reikhalzend uitkijken naar de eerste sneeuwtoppen. Die doken voor ons op zo snel we de Alpenreuzen naderden.
De reis verliep zonder meer rimpelloos : schitterend weer, geen files, althans niet in onze rijrichting en geen enkel onnodig of hinderlijk oponthoud. Het resultaat was dat wij met meer dan een uur voorsprong op het uurschema de autobussen parkeerden voor hotel Neue Post in Holzgau, waar het ontvangstcomitéé bestond uit de families Smets en Van den Eynden.
Nog voor half vijf in de middag strompelden een honderdtal stramme wezens het hotel binnen, waar vooraleer de kamers werden toegewezen iedereen een plaatsje zocht waar hij het hele weekend ‘s morgens, ‘s middags en ‘s avonds de inwendige mens zou versterken. Vooraleer de kamers en de douches werden opgezocht nodigde gastheer Tony Hammerle ons uit op een welkomstdrankje : ein prosit.

Uitgezonderd de mensen die nog een ultieme vergadering hadden met de dirigenten van de muziekverenigingen van Holzgau en Hägerau zocht iedereen vrij vroeg de bedstee op.

Donderdagmorgen werd iedereen om 8u15 aan het ontbijt verwacht en dat bleek bij niemand problemen te geven. Om 10u werden de muzikanten in de gemeentezaal van Holzgau verwacht voor een generale repetitie.

Terwijl die muzikanten met dirigent Van Hout de laatste kantjes wegvlakten vertrokken de medereizigers op een geleide wandeling doorheen het dorpje. Gids Lorenz Peeters verze-kerde hen dat iedereen moeiteloos mee kon stappen want het werd een vlakke wandeling. Achteraf sprak men van vals plat. Hééél vals plat.

Om twee uur in de namiddag werd op het terras alles in gereedheid gebracht voor een kort optreden van de Heathflower Bigband. In Oostenrijk was 31 oktober namelijk de ‘Dag van het geld’ (ha! Jullie dachten dat de Belgen kapitalistisch ingesteld waren!) en de Raiffaissenbank die aansluit op hetzelfde dorpsplein als hotel Neue Post organiseerde voor zijn klanten een feestnamiddag. Onze Bigband was uitgenodigd om de muzikale noot te verzorgen en voor de anderen was er gratis glühwein a volonté. Tijdens de repetitie had Willem Van Hout de muzikanten ervoor gewaarschuwd zeer voorzichtig met dit rode vocht om te springen vermits er ‘s avonds geconcerteerd moest worden.
Om half vier werd met de hele groep fluitend en opgewekt (de niet-muzikanten hadden niet op een gluhweintje moeten kijken) de klim aangevat naar de kolkende Simmswaterval. Dit keer werd er verzekerd dat na tien minuten flink klimmen, de rest van de weg vals plat omhoog zou gaan. Het plat was dit keer echter zodanig vals dat niet iedereen het keerpunt aan “café Uta” bereikte en onverrichterzake dezelfde weg terug moest gaan. Van diegenen die de rest van de tocht wel doorstonden wandelden de laatste moedigen het hotel binnen terwijl de eersten al frisgewassen onder de douche uitsprongen.

‘s Avonds om 20u30 vatte het concert aan waarvoor op het thuisfront al die maanden lang intensief was gestudeerd. Het was een wisselconcert tussen onze Heidebloem en de Musik Kapelle van Holzgau die voor de gelegenheid verbroederd was met de muzikanten uit het buurdorp Hägerau.
In de gemeentezaal werd het grote podium ingenomen door onze vereniging, vooraan in de zaal nam de Oostenrijkse kapel plaats. Beide orkesten speelden om beurten een werk. Onze muziekvereniging opende met het vlotte werk ‘Music to Move’ van Michiel Van Delft.
Van onze vereniging volgden daarna nog werken van o.a. Van McCoy, Andrew Lloyd Webber, Mozart, Leonard Bernstein, Vangelis, e.a..
Verrassend voor het publiek, maar ook voor onze muzikanten wellicht nog onwennig, waren twee bloedmooie nummers die werden uitgevoerd samen met sopraanzangeres Lut Peeters. Op geen enkele repetitie had ‘All things bright and beautiful’ zo uitmuntend geklonken en met ‘I don’t know how to love him’, na de pauze, zette Lutje meteen het eindoffensief in om het publiek helemaal plat (vals plat?) te krijgen.
Het was een bijzonder aangename ervaring om de volgende dagen op straat door Oostenrijkers gefeliciteerd te worden met onze “Wunderschöne Musik”.

Vrijdagmorgen was de hemel egaal grijs dichtgetrokken en regende het pijpenstelen. De wereld bood een troosteloze aanblik. Tijdens het ontbijt was er spoedvergadering met de voorzitter, de gids en de buschauffeurs.
Het resultaat was dat de aangekondigde wandeling naar de Bach-Jochelspitze werd afgelast en in plaats daarvan het mondaine ski-oord Lech zou worden bezocht. Wie liever niet in de regen wandelde mocht thuisblijven.
Langs een schitterende bergpas, via in de rotsen uitgehouwen tunnels, rakelings langs diepe ravijnen, om de haverklap de mooiste watervallen en eindeloze vergezichten arriveerden we in Lech, thuishaven van o.a. de Nederlandse koninklijke familie, maar op dat moment van het jaar niet meer dan een ordinaire spookstad. In overleg met de chauffeurs werd besloten nog iets verder door te rijden. Via het optrekje dat ooit toebehoorde aan de sjah van Iran en langs de privé-skilift van sjeik Jamani zochten we het hogerop tot boven de 1.700 meter. Ondertussen was de regen overgegaan in fikse sneeuwbuien. In St.Kristoph, waar men niet meteen gewend is bustoeristen te ontvangen, lag een flink pak sneeuw en werd de bus met enige moeite naast de glibberige weg geparkeerd. Jong en oud haalde de rest van de voormiddag flink zijn hartje op. Sneeuwpoppen rezen op uit het witte tapijt, sneeuwballen ter grootte van een goedgelukte bloemkool floten om de haverklap langs je oren. Thuisblijvers hadden eens te meer ongelijk.

Na het middagmaal werden de wandelliefhebbers met de autobus naar het Bockbachtal, net voorbij Steeg, gevoerd. Ondanks de niet aflatende druilerige regen werd het een oogstrelende wandeling. Na elke bocht strekte zich een nieuw schilderachtig panorama uit van het Bockbachtal. Wandelaars die tijdens de klim in moeilijkheden kwamen werden opgepikt door de taxibus en langs het smalle, kronkelende bergpad naar ‘Jausenstation of Gams Vroni’ gebracht. Om de moedigen terug op te kikkeren na de natte tocht stond boven, onder een paraplu, de schnapps op het terras te wachten. Door Tony Hammerle en Lorenz Peeters werd in de tussentijd het moreel opgekrikt met opgewekt tirolergejodel.

Zaterdagvoormiddag was voor iedereen een half dagje vrij. Wie niet de behoefte had om souvenirs te kopen trok er zelf op uit om de streek te verkennen, want het was inmiddels opnieuw schitterend -maar ijzig koud- weer geworden.

In de namiddag stond de zwaarste wandeling van het weekend op het programma. De autobussen brachten ons naar Elmen waar we de lange klim naar de ‘Stablalpe Sennhutte’ aanvatten. Ook deze keer fungeerde de taxibus als bezemwagen voor wie de beklimming te zwaar dreigde te worden. Wie wel op eigen kracht boven geraakte zat daar op het terras, met het hele Lechtal badend in de zon aan de voeten, zelfvoldaan van te genieten. Tot ieders verbazing huppelden plots de tweeling Iona en Rowan Violet het terras op. Net zoals de vorige dag naar het Jausenstation hadden die jonge beentjes ook dit keer op eigen kracht het einde gehaald. (Iona en Rowan werden dezelfde avond gevierd voor hun .... vierde verjaardag.) Voor de tocht werd aangevat in omgekeerde richting, werd er gepauzeerd bij wat tirolervertier : een inboorling bespeelde het accordeon terwijl Lorenz, onze gids, worstelde met een klarinet.

‘s Avonds werd ons in hotel Neue Post een schitterend koud buffet voorgeschoteld. Het was niet alleen oogstrelend. Ook mijn smaakpupillen konden het uitermate waarderen.
Na dit afmattende weekend, de lange kuitenbijtende klim (en afdaling) in Elmen èn na duimen en vingers afgelikt te hebben aan het banket, zat iedereen er uitgeteld bij : blos op de wangen, glurend onder veel te zware oogleden en door vermoeidheid letterlijk het zwijgen opgelegd. Onze Heathflower Bigband stond voor een onmogelijke opdracht. Zij moesten immers dit nog net niet ingedommeld publiek nog een avond weten te boeien. En vergeet niet dat deze muzikanten zonder twijfel dezelfde uitputtingsverschijnselen voelden als iedereen.
Gelukkig voor hen werd het optreden onderbroken voor een dankwoord aan gastheer Tony Hammerle en zijn echtgenote, aan de kok, aan de gids, en last but not least aan Jef Marijnissen. Jef, de coördinator van deze reis, werd door onze jeugdwerkers vergast op een ode aan zijn persoon. Terecht, want ook al zal hij dit in alle toonaarden ontkennen, zonder hem was deze reis niet geweest wat ze is geworden.
Na dit eerbetoon werd ook Willem Van Hout op ludieke wijze gevierd omdat hij precies vijftien jaar de plak zwaait bij
De Heidebloem en dag op dag vijf jaar bij de Heathflower Bigband.
Tony Hammerle besloot het weekend zoals hij het was begonnen : hij bood ons ter afscheid een schnapps aan en liet ons het glaasje als herinnering aan hotel Neue Post. De bigband puurde er net voldoende energie uit om er toch nog een half uurtje in te vliegen.

Het vertrek op zondag was volgens schema gepland om 7u40. Precies toen het digitaal klokje van 39 naar 40 tuimelde zette de autobus zich in beweging. ‘Da’s bangelijk’, hoorde ik achter mijn rug weer diezelfde stem, ‘gewoon bangelijk’.
De terugreis verliep minder vlot dan ‘s middags te verwachten viel. Toen lagen we immers al vijf kwartier voor op het uurschema. Motorpech bij bus 2, urenlang voortschuifelen in de file en een uitgebreide rijkswachtcontrole deden de voorsprong teniet zodat wij uiteindelijk pas omstreeks 21u20 halt hielden aan het fanfarelokaal.

Wellicht was er wel een schoonheidsfoutje links of rechts (het is een kniesoor die zich daar aan stoort) maar het werd zonder meer een onvergetelijke ervaring om die verschillende generaties zich samen te zien amuseren. U neemt het ons dan hopelijk ook niet kwalijk dat wij ons in de daaropvolgende weken nog weleens aan een bescheiden jodel waagden.
 

Archief > Holzgau 1996


Muziekvereniging De Heidebloem

Secretariaat:
Steenovenstraat 59
2910 ESSEN-WILDERT
Tel: 03/667 49 96

Zoeken

U kan ook rechtstreeks zoeken naar een bepaald onderwerp. Vul hieronder uw zoekopdracht in: